Een houten huis van Kampshoff - energie-efficiënt en comfortabel
De houtskeletbouw is uitermate geschikt voor de bouw van energie-efficiënte huizen.
De gebouwschil van het houten huis vermindert het warmteverlies en daarmee de verwarmingsenergiebehoefte
De dragende constructielaag is tegelijkertijd de belangrijkste isolatielaag, omdat de stijlen van de wanden op een afstand van ca. 62,5 cm staan en alle tussenruimtes worden geïsoleerd.
Het aandeel hout bedraagt ca. 12% van het schiloppervlak van dak en buitenwanden.
En hout heeft aanzienlijk betere isolatie-eigenschappen dan de gangbare, statisch werkzame bouwmaterialen.
Het houten huis heeft door de constructie een lagere verwarmingsenergiebehoefte in vergelijking met andere bouwmethoden. Ondanks geringere wanddiktes gaat er via de buitenwanden veel minder warmte verloren.
De binnentemperatuur van het oppervlak van de buitenwanden wijkt slechts ca. 2,5° Kelvin af van de binnentemperatuur. Dat verhoogt het comfortgevoel van de bewoners aanzienlijk.
Hoe ziet de energie-efficiënte huistechniek in een houten huis eruit
Onderdelen van de gebouwtechniek zijn de warmteopwekker en het warmteverdelingssysteem. Daarnaast bij voorkeur een ventilatiesysteem met warmteterugwinning, een fotovoltaïsche installatie en eventueel een zonnecollectorsysteem voor het verwarmen van drinkwater.
De woongebouwen die wij bouwen, krijgen doorgaans een warmtepomp voor verwarming en warmwaterbereiding. Dit is de beste manier om de Effizienzhaus-standaard 55 EE, 40 EE of 40 plus te bereiken.
Een lucht-water-warmtepomp onttrekt warmte aan de buitenlucht. Deze bestaat doorgaans uit een buitendeel en een binnentoestel met warmwaterboiler. Een brine-water-warmtepomp haalt zijn warmte uit diepere aardlagen. Hiervoor wordt een diepe boring gemaakt waarin een gesloten leidingsysteem als circuit wordt aangebracht. Door dit leidingcircuit wordt een pekelvloeistof gepompt, die de temperatuur van de diepere lagen opneemt.
De pekelvloeistof, die in de diepere aardlagen of de omgevingslucht hogere temperaturen opneemt, verwarmt via een warmtewisselaar een koudemiddel. Het koudemiddel stroomt als circuit binnen de warmtepomp. In de warmtepomp wordt het verdampt. Het gasvormige koudemiddel wordt vervolgens met behulp van een compressor samengeperst. Zo ontstaat door compressie, vergelijkbaar met een fietspomp, de benodigde temperatuur. Deze wordt toegevoerd aan het verwarmingssysteem en de warmwaterboiler. Het verwarmingscircuit verdeelt de warmte via de vloerverwarming in de woonruimtes.
Warmtepompen wekken zo uit één kilowattuur stroom ca. 3-4 kW of meer verwarmingsvermogen op.
Natuurlijk is ook een gascondensatieketel mogelijk. Daarmee is het echter moeilijk om de Effizienzhaus-klasse 55 resp. 40 te bereiken. Vaak is een extra ventilatiesysteem met warmteterugwinning nodig, wat wij altijd aanbevelen.
Daarnaast moeten bij dit verwarmingssysteem extra maatregelen worden genomen om het vereiste minimumaandeel hernieuwbare energie te kunnen halen. Daarom wordt hier vaak een zonnecollectorsysteem voor het verwarmen van drinkwater geïnstalleerd.
Ook kunnen andere warmteopwekkers zoals pelletkachels of mini-warmtekrachtkoppelingen worden ingebouwd.
Een centraal ventilatiesysteem met warmteterugwinning is een rendabele investering, omdat het warmte aan de afvoerlucht onttrekt en aan de verse lucht toevoert. De zo teruggewonnen warmte hoeft niet meer door de verwarmingsinstallatie te worden geproduceerd. Bovendien voorkomen de filters van het ventilatiesysteem dat bijvoorbeeld bloesempollen het huis binnenkomen.
De in het koude seizoen zo voorverwarmde verse lucht wordt ingeblazen in verblijfsruimtes zoals woon- en eetkamer, slaapkamer, kantoor e.d. In ruimtes zoals bijvoorbeeld keuken, wc, badkamer en bijkeuken wordt de lucht afgezogen. Gangen en trappenhuizen dienen als overstroomzones.
De stroom voor verwarming, ventilatie, koeling en uw huishouden produceert u voor een groot deel met een fotovoltaïsche installatie. Daarbij kan de oriëntatie op het zuiden zijn, maar ook op het oosten en westen. Zelfs naar het noorden toe zult u nog opbrengst hebben. Afhankelijk van de grootte van de installatie en de grootte van de opslag kunt u gemakkelijk de energie-plus-standaard bereiken en per jaar meer stroom produceren dan u zelf verbruikt. De overtollige stroom wordt aan het net geleverd. Waarschijnlijk wordt u niet volledig autonoom, maar wel een stuk onafhankelijker van de energieleveranciers.
Fossiele energiedragers zoals olie, gas of steenkool kunt u niet zelf produceren. Stroom echter wel. En de zon stuurt u geen rekening.