Op de bouwplaats wordt de bovenlaag van de grond verwijderd en op het terrein opgeslagen voor later hergebruik.
Een meetlijn wordt gespannen. De locatie van de funderingsplaat of kelder wordt bepaald door een landmeter. Indien een kelder gewenst is, wordt de uitgravingsput gegraven. De drainagebuizen onder het gebouw worden gelegd en een egalisatielaag wordt aangebracht.
De bekisting wordt geplaatst en de wapening wordt aangebracht. Vervolgens wordt de funderingsplaat gestort en aan de bovenzijde afgedicht met een bitumenmembraan. Als alternatief wordt de kelder gebouwd, inclusief een waterdichte, geïsoleerde keldervloer, het kelderplafond en de keldertrap.